In weerwil van de hokjesgeest
een (2011)

 Interview met filmmaker Parisa Yousef Doust
Wanda Zoet – schrijver en theatermaker

Ze is niet 100% Nederlands. Ze is óók Iraanse. Het moment dat Parisa Yousef Doust (1973 Teheran, Iran) bewuster werd van haar dubbele culturele achtergrond, ging zij als filmmaker veel persoonlijker werken. Dat leverde een paar prachtige films op. Films die elementen lenen van de beeldende kunst, balanceren op de grens tussen fictie en documentaire en niet narratief, noch abstract zijn.

In 1989 kwam Yousef Doust naar Nederland, na twee jaar in Turkije gewoond en gewerkt te hebben. Ze was nog jong toen ze met haar familie uit Iran vluchtte en leerde op veertienjarige leeftijd volwassen keuzes maken. Toen al was Yousef Doust niet bang om af te wijken van de gebaande paden. In Nederland leerde ze de taal in recordtempo en na de middelbare school begon ze een opleiding productie aan de filmacademie, die ze later aanvulde met lessen in scenarioschrijven bij Binger Filmlab.

Haar eerste film schreef en regisseerde ze in 2001. Elygia is een film over een jonge vrouw die verhuisdozen probeert uit te pakken, maar iedere keer gestoord wordt door iemand die aan de deur komt. Steeds wordt ze geconfronteerd met nieuwe ideeën en mogelijkheden, terwijl ze er niet aan toekomt haar eigen wereld eerst te ontdekken. Het verhaal gaat over hoe het hebben van vrijheid allerlei keuzes biedt. Hoe meer keuzes, hoe moeilijker het echter soms is om je vrij te voelen.

Hoe interessant deze paradox ook is, met Elygia had Yousef Doust niet meteen een ingang in de filmwereld. De film was niet duidelijk narratief of non-narratief en werd niet door iedereen begrepen. Als reactie stelden kijkers haar de vraag of ze niet iets met haar achtergrond kon doen….Dat kwetste Yousef Doust. Waar zij zichzelf zag als Nederlander, zag Nederland haar als anders, als allochtoon. Ze sprak Nederlands, was Nederlands en had Nederlandse vrienden. Met Iran en Iraniërs wilde ze niets te maken hebben. Ze dacht op die manier een Nederlander te zijn geworden en ook door Nederlanders geaccepteerd te zijn als volwaardig individu.

Pas later besefte ze dat ze alles wat ze had meegemaakt, zo diep mogelijk had weggestopt. Ze kon haar achtergrond niet langer negeren, dat was immers een deel van haar. Wat bewoog haar eigenlijk, wat waren haar culturele en historische referenties? Wat zou ze graag met een ander willen delen? Eerst was er het gevecht. Goed, ze was Nederlands-Iraanse. Of Iraans-Nederlandse. Een Iraanse filmmaker in Nederland, of was ze enkel ‘een filmmaker’? En wat betekende dat dan? Yousef Doust ontkwam er niet aan om vanuit de ander naar zichzelf te kijken.

De confrontatie met de leegte die blijkbaar was ontstaan en het gat tussen haar heden en verleden was pijnlijk, maar vormde tegelijkertijd een inspiratiebron en was daarmee een nieuw onderzoeksterrein voor haar als filmmaker. Toen was er de bewuste keuze. Ze wilde het Iraanse deel van zichzelf niet langer meer negeren, maar ze wilde ook niet langer naar zichzelf blijven kijken vanuit de ander. Ze zou werk gaan maken zoals zíj in de wereld stond en ze zou haar eigen verhalen vertellen.

Als startpunt voor een nieuwe film koos ze een clichébeeld van Iran: het Perzisch tapijt. Ze legde een tapijt op een bed en liet daar haar familie op zitten, kaarten, lezen, eten en drinken. Eigenlijk zoals haar familie altijd al deed: elke eerste zondag van de maand haalden de familieleden in Zwolle met elkaar herinneringen op. Close shots van het tapijt worden in de film The story of a flying carpet in Zwolle (2005) afgewisseld met close shots van haar familie. Het is een bijzondere kijkervaring. De daken van de Hollandse naoorlogse wijk versmelten met de intense kleuren van het hoogpolig tapijt. Het is een bekend samenzijn en toch is deze familie anders. Moeder leest het koffiedik en maakt zich zorgen over de grootouders ver weg, de muziek en dansbewegingen doen exotisch aan. Als kijker bekruipt je al snel een dubbel gevoel en dat raakt: deze familie is zo thuis en zo ontheemd tegelijkertijd.
Het ophalen van herinneringen en wat dat met je doet, werkt Yousef Doust ook in haar volgende films uit. De tragische gevolgen van migratie, zoals vervreemding en het ontbreken van een thuisgevoel vormen duidelijk het leidmotief in haar werk. Yousef Doust speelt met gesprekken die ze heeft en gesprekken die ze hoort, met haar eigen verhalen en met de verhalen van de mensen die ze ontmoet. Ideeën komen en gaan en de ideeën die in haar hoofd blijven hangen, daar moet ze iets mee. Fictie en documentaire hebben als genrenaam hun betekenis verloren en vloeien in haar films in elkaar over. Heel associatief komen hier bepaalde beelden uit voort. Zo ontstaan uit haar persoonlijke fascinaties, ervaringen of emoties concepten en uiteindelijk scenario’s.

Dat persoonlijke is altijd leidend. Als filmmaker verwerkt ze bijvoorbeeld pas politieke elementen in haar werk, als zij er zelf echt mee te maken heeft gehad. In Nahied=Venus bijvoorbeeld, komt de politiek zijdelings aan bod. Als kind was Yousef Doust dol op haar tante Nahied. Nahied leidde een bewogen leven en werd als politiek activist gevangen genomen en gemarteld. De vrouw werd verstomd en verward opgenomen in een psychiatrische kliniek. Yousef Doust gaat op zoek naar antwoorden op haar vragen over het leven van haar tante. Ze vraagt haar ooms en andere familieleden om informatie. In de film wordt haar persoonlijke zoektocht getoond. De filmmaker interesseert zich wel degelijk voor de mensenrechtensituatie in Iran, maar voelt zich niet de expert die een gedegen politieke analyse kan maken.

Nahied = Venus is, net als Yousef Dousts andere films, geen groots visueel spektakel. Subtiel wordt met kleur, schaduw, ritme van montage, in- en uitzoomen van de camera en steelse camerahoeken een spel van afstand en nabijheid gespeeld. Het is een intieme film. Het willen begrijpen van het verleden, het aanhalen van familiebanden en de conclusie dat vragen soms meer vragen dan antwoorden oproepen, zijn universele onderwerpen, waar elke kijker iets in kan herkennen. Toch is het geen makkelijke film; de beeldtaal voelt weinig vertrouwd. Het is immers geen klassieke documentaire die met de blik van een buitenstaander benaderd wordt. De combinatie van de vorm, het medium en de inhoud maken dat er een duidelijk verliefd, maar klein publiek is voor Yousef Dousts werk.

De tijd zal leren of dit publiek groter wordt, of de hokjesgeest verruimd wordt, of Yousef Doust internationaal succes gaat maken…. Hoe dan ook zal haar intuïtieve werkwijze blijven, net als de inhoud en haar artistieke kijk daarop. Haar werk zal ook altijd persoonlijk blijven, want ze moet nu eenmaal geraakt zijn om iets te kunnen maken. Yousef Doust ziet het als een uitdaging om op zoek te gaan naar beperkingen, om te kijken hoe ze zichzelf kan dwingen nieuwe wegen te bewandelen in haar werk. Binnen elke beperking zal het de kunst zijn om authentiek te blijven, ze waakt er beslist voor haar eigen verhaal te blijven vertellen.

Eutopia 27, April 2011

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *