Shame

Somehow there is always a “before and a “after.

Before I would never¬† share any of my thought unfiltered, uncensored. Scared of being judged.¬† Scared of showing weakness and stupidity. Shame for my way of thinking and being has been dominating for as long as I remember. So I now seek what will bring the “after” to my experience.

A masked illusion layered upon my eyes, 
I've never worn what suits my mind

Distorted language out of my mouth, 
I've never said what is on my mind

Always taking a run at me, 
this brain which appears to be mine

Trapan the skull, let the rotten thoughts out,
before it explodes to ridicule the existence of my mind.

 

An Old Story

Lately I have been cleaning up my old hard drives. I came across this story written in 2008. It is a story in which I can sense my own frustration with the fixed identity concept which we glorify in our society.

Wantrouw allen, in wie de neiging tot straffen machtig is.
Wantrouwt al diegenen, die druk over gerechtigheid spreken! Waarlijk hun zielen ontbreekt het niet enkel aan honing.

Aldus sprak Zarathustra, Nietzsche

De vogels houden mij gezelschap, ik ben nooit alleen. Ik lees, ik schrijf, ik denk, ik verlang, ik lijd, ik schrijf en ik ben nooit alleen. De vogels houden mij gezelschap. Ik ontvang de bries die ze me laten voelen terwijl zij, zij vliegen, niet ik. Ik verlang.

Vanochtend werd ik wakker, niets leek anders dan anders, ik was alleen in bed en de vogels waakten over mijn bed. Ik stap op, voel de zwaarte van het verlangen en wil het liefst het bed in duiken maar ik loop, loop en de vogels vliegen, overal om me heen, vliegen zij zonder verlangen.

Ik zoek naar de ogen van een meeuw op mijn balkon, ik kijk hem aan, hij kijkt mij aan tenminste dat is wat ik denk want laten we eerlijk wezen wat weet ik nou van vogels. Ik kijk goed naar hem, er ontstaat iets tussen ons, hij vliegt niet weg, hij blijft, ik ben versteend. Ik kijk naar hem, ik voel het verlangen, dichterbij, nog dichterbij te willen komen, aanraken, voelen, iets willen voelen.

Sereen is niet verlangen.

Ik voel de zwaarte, ik voel de wil, ik ben niet alleen ik heb een vriend, de meeuw is mijn vriend geworden. Hij kijkt naar me en hij oordeelt niet, tenminste dat denk ik want laten we eerlijk wezen wat weet ik nou van meeuwen.

Hij staat er nog, ik was even weg met mijn gedachten maar hij is er nog. Daar waar een ander allang weg was gelopen, is hij er toch nog, knibbelend aan het stukje brood wat ik op het balkon had gegooid. Want laten we eerlijk wezen waarom zou een meeuw op een balkon landen als er niets te vinden is.

Ik kijk naar hem en zoek, ik zoek naar iets wat ik kan onthouden, iets eigenaardigs waardoor ik hem kan herkennen tussen al die andere meeuwen die me altijd gezelschap houden. Ik zoek maar niets lijkt me bij te willen blijven, ik

voel, ik voel de zwaarte van het verlangen, ik voel het verblindende angst, ik voel het dobberende onzekerheid, ik voel de angst om te verliezen maar hij is er nog.

Misschien blijft hij bij me, misschien hoef ik niets te zoeken om te onthouden aan hoe hij eruit ziet, misschien hoef ik hem niet te zoeken tussen alle anderen, misschien blijft hij bij me.

Ik maak langzame passen om even weg te gaan, even aan een ander behoefte toe te geven, even mij te verlossen van de zwaarte van al het voedsel van de nacht ervoor. Voor mij is dit een zeldzaam moment, een verheugend gevoel dat ik het onnodige uit mijn lichaam kan krijgen. Het is verlichtend, zeker fysiek in ieder geval. Maar misschien ook intellectueel en spiritueel. Je weet maar nooit.

Ik ben terug en de meeuw is er nog, knibbelend aan het stukje brood wat bijna op is geraakt. Misschien gaat hij weg wanneer het stukje brood op is en dan? Hoe zal ik hem dan herkennen in de lucht want ik wil hem groeten, ik wil hem bedanken. Ik wil Zijn gezelschap. Zijn gezelschap is anders dan al die andere rond vliegende vogels in de lucht.

Ik wil hem herkennen, ik wil mijn vriendschap met hem versterken, ik wil weten dat hij om me geeft, dat hij alleen bij mij op het balkon aan brood knibbelt en dat hij bij mij blijft totdat ik oud ben. Maar laten we eerlijk wezen, het is een vogel. Hij is een meeuw, een van de velen en ik zal ze nooit uit elkaar houden, ik zal hem nooit kunnen identificeren, want alleen wij mensen zijn belast met een identiteit waar we niet meer zonder kunnen.